Vandaag verscheen er een artikel dat me raakte. In Neurobiology of Stress publiceerden Pasteuning en collega’s een integratieve review over de impact van jeugdtrauma. (Pasteuning et al. (2025), “Mechanisms of Childhood Trauma: An Integrative Review of a Multimodal, Transdiagnostic Pathway”, Neurobiology of Stress).
Wat gebeurt er in een kind wanneer het langdurig onveilig is? Die vraag staat centraal in deze integratieve review, waarin de auteurs niet één verklaring zoeken voor de impact van jeugdtrauma, maar juist het complexe samenspel van biologische, psychologische en gedragsmatige processen ontrafelen.
Het gaat niet alleen om wat je meemaakt, maar om hoe de ervaringen je innerlijke systeem hervormen. Je biologische klok. Je stress-as. Je afweer. Je hechting. Je zelfbeeld. Je impulsregulatie. Alles tegelijk. En vaak zonder taal. Dat is wat deze review zo belangrijk maakt:
Er wordt beschreven hoe traumatische ervaringen in de kindertijd een diepgaande en blijvende impact kunnen hebben op biologische systemen (zoals de stress-as, hersenontwikkeling, epigenetica en immuunfunctie), op psychologische ontwikkeling (zoals hechting, zelfbeeld, emotieregulatie en coping), en op gedragsmatige aanpassingen (zoals vermijden, controlebehoefte, middelengebruik of risicogedrag).
En precies daar begint het te botsen met de praktijk. Want als trauma zo diep ingrijpt, zo structureel, zo onzichtbaar soms, dan rijst er een ongemakkelijke vraag: hoe vaak kijken we in de praktijk naar gedrag zonder dit perspectief mee te nemen? Hoe vaak noemen we iets ‘autisme’, terwijl het in essentie ook een antwoord kan zijn op langdurige stress, op het ontbreken van co-regulatie, op het nooit echt gekend worden?
In gezinnen waarin trauma en autisme samen voorkomen en die zijn er veel, zie ik het telkens weer: een kind dat zich terugtrekt, dat controle zoekt, dat niet kan verdragen dat iets onverwachts gebeurt. Een kind dat dissocieert onder druk, of juist explodeert bij ogenschijnlijk niets. En dan volgt vaak de uitleg: “Het hoort bij zijn diagnose.” Maar wat als het ook hoort bij wat het geleerd heeft over de wereld?
Het ongemakkelijke is: hoe preciezer je kijkt, hoe onduidelijker het onderscheid wordt. Want gedrag is zelden puur. Wat we zien is het topje, gevormd door aanleg, ervaring, afstemming en bescherming. En hoe jonger de ervaring, hoe dieper ze zich vastzet. Juist bij kinderen met autisme is het risico op chronische disregulatie groot. Niet omdat ze zwakker zijn, maar omdat de wereld hen zelden tegemoetkomt in hun ritme. En als daar trauma bij komt, een ouder die overspannen is, een school die grenzen overschrijdt, een lichaam dat constant overvraagd wordt, dan ontstaat er iets dat we niet mogen negeren: een brein dat zich structureel instelt op overleven.
De review maakt ook duidelijk dat er niet één pad is, maar twee dominante overlevingsstrategieën: stresssensitisatie en dreigingsvermijding. Het lichaam dat altijd aan staat. Of het lichaam dat niets meer durft te voelen.
Herkenbaar? Het zit overal om ons heen. In kinderen die we als ‘rigide’ bestempelen. In jongeren die we ‘sociaal onhandig’ noemen. In volwassenen die geleerd hebben hun binnenwereld te verbergen om te kunnen functioneren.
En als we eerlijk zijn dan moeten we toegeven: de DSM helpt ons daar vaak niet verder mee. Want hoewel diagnostiek soms richting geeft, wordt het ook te vaak een illusionaire waarheid. Een alibi om niet verder te kijken. Hoe lang blijven we nog geloven in het defectmodel? Hoe lang blijven we doen alsof we weten wat autisme is, alsof het los te trekken is van de levensgeschiedenis waarin het zich heeft ontwikkeld?
Wat deze review vraagt, en wat ik ook zelf blijf vragen in mijn werk is: wie durft?
Wie durft te erkennen dat gedrag nooit op zichzelf staat?
Wie durft werkelijk anders te kijken, met open ogen en zachte taal?
Wie durft het niet-weten uit te houden, om voorbij de symptomen te komen?
Want als je zo kijkt, kun je je niet meer verschuilen achter handboeken of protocollen. Dan moet je verder kijken en jezelf vragen stellen: wat is hier eigenlijk gebeurd? Wat is hier niet gebeurd? En wat zegt dit gedrag? Niet over wat iemand heeft, maar over wat iemand probeert te dragen?
We blijven schrijven. We blijven trainen. Omdat ik geloof dat we het anders kunnen, moeten zelfs. Menselijker en vanuit een diepe overtuiging dat we echt niet weten wat er in de ander omgaat. En ja, dat vraagt iets. Van de professional, van de ouder, van het systeem. Maar vooral van de bereidheid om opnieuw te leren kijken naar de ander en naar onszelf.
Lees hier de review: Pasteuning et al., Neurobiology of Stress (2025)
Meer over werken met trauma en autisme? www.traumatrainingen.nl | www.autismeacademie.nl
Ons boek: Onuitwisbaar – acceptatie van microtrauma in ons leven
