Soms zit het verschil tussen begrepen worden en verkeerd beoordeeld zijn in een paar woorden. In de volgorde van een zin. In een bijvoeglijk naamwoord dat op papier heel neutraal klinkt, maar tussen de regels door ineens een oordeel wordt. We komen het dagelijks tegen. In gesprekken. In rapporten en verslagen. In mails. In transcripten.
Wij analyseren taal op woordwaarde. Wat wordt er letterlijk gezegd? Wat wordt er gesuggereerd? Welke aannames zitten er verstopt in ogenschijnlijk gewone zinnen of in vragen?
Een vraag als “Waarom koos je ervoor om niets te doen?” lijkt onschuldig, maar stuurt al volledig in de richting van verantwoordelijkheid.
Het verschil tussen “Het heeft geen zin” en “Het is zinloos” lijkt klein, maar het eerste drukt teleurstelling uit, het tweede definitieve verwerping.
En als in een verslag staat dat “het kind geen enkele emotie liet zien”, dan stellen wij de vraag: waar keek je precies naar? En: wat als het lichaam signalen gaf die je niet kon lezen?
Soms staat er in een rapport: “Het kind is agressief.” Of: “Het gedrag is manipulatief.”
Maar wij vragen dan: wat wordt precies bedoeld? Op basis waarvan? Is de behoefte van dit gedrag ook onderzocht? Is dit een observatie, of een interpretatie? En: welke andere verklaringen zijn er mogelijk?
Wij werken altijd met meerdere hypothesen. Omdat gedrag zelden eenduidig is. En omdat niemand erbij is gebaat als de eerste uitleg ook meteen de enige blijft.
We worden vaak gevraagd om mee te kijken wanneer mensen vastlopen in taal die niet klopt. Ouders die zich niet herkennen in hoe hun verhaal is samengevat. Observaties van kinderen die aannames bevatten. Hulpverleners die teruglezen wat ze dachten goed geformuleerd te hebben, maar merken dat het anders overkomt.
Wat wij doen, is simpel. We zijn er in opgeleid. We nemen de tijd. We lezen wat er staat. Niet om te zoeken naar de grote fout, maar om te duiden waar iets niet klopt. We analyseren geschreven taal. We luisteren naar gesprekken, letten op de toon, het tempo, het ritme tussen de zinnen. We kijken naar beelden en naar hoe mensen zich bewegen als ze spreken. Naar blikken, kleine stiltes, een schouder die even optrekt.
We zijn niet bezig met de waarheid. We zien waarheid niet als iets absoluut of onveranderlijks. En het is ook niet aan ons. Wat we onderzoeken is betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Klopt wat er gezegd is met hoe het is opgeschreven? Sluiten de woorden aan bij wat het lichaam liet zien? Is de toon waarmee iets gezegd werd terug te horen in de toon waarin het is vastgelegd?
Soms zien we dat een kind “ja” zegt terwijl het lijf zich intrekt. En dat dat “ja” vervolgens als toestemming in het verslag verschijnt. Of dat een ouder volgens de de professional geen emotie liet zien en dus niet betrokken zou zijn, terwijl dit evengoed een beschermingsmechanisme kan zijn vanwege juist te veel emotionele betrokkenheid.
En soms klopt alles letterlijk, maar is het precies dat wat niet gezegd wordt, dat het meeste zegt.
We duiden nooit zomaar. We kijken wat de bedoeling was, en of de formulering daarbij past. We helpen ook bij het opstellen van verklaringen, toelichtingen of reacties die helder zijn en betrouwbaar overkomen. Dat doen we vanuit precisie. Communicatie op de minimillimeter zoals we dat noemen. Want de kleinste nuance kan het verschil maken. Soms kan onze analyse confronterend zijn want wij worden niet ingeschakeld om zaken te verdoezelen of te minimaliseren. Wij nemen zintuigelijk specifiek waar en vormen geen oordeel.
Wij maken al sinds 2020 deel uit van een internationale groep gedragsanalisten met een specialisatie in de micro-analyse van taal en gedrag. Veel van onze collega’s werken in sectoren als defensie, veiligheid en het bedrijfsleven vaak om gedrag te duiden in het kader van risico en dreiging.
Waar wij ons in onderscheiden, is dat wij ons richten op situaties waarin mensen zich juist in een kwetsbare, afhankelijke positie bevinden. In de jeugdzorg. In voogdijtrajecten. In complexe hulpverleningsprocessen waarin taal niet alleen informatie overdraagt, maar ook beeldvorming, macht en interpretatie bepaalt.
Vanuit onze achtergrond werken we bovendien veel rond de diagnose autisme. En juist daar zien we hoe snel gedrag gelabeld wordt. Niet op basis van wat er feitelijk gebeurt, maar door een professionele bril die al gekleurd is voordat het gesprek begint. Als gedrag eenmaal wordt bekeken door een autismekader, zien we vaak dat alternatieve verklaringen niet meer onderzocht worden. Terwijl onze ervaring laat zien dat achter hetzelfde gedrag ook trauma, stress, angst, hechting of overprikkeling kan schuilen.
Wil je weten wat we kunnen betekenen stuur ons dan een bericht via het contactformulier.
