Trauma is hot. En terecht. Alle recente (wetenschappelijke) vooral internationale onderzoeken
geven aan dat we niet om trauma heen kunnen als we goede zorg en goed onderwijs willen bieden.
Er valt veel over trauma te lezen, veel over de effecten van trauma te leren en er valt ook nog
eens veel aan de mentale en fysieke after-effecten van trauma te doen als we tenminste bereid
zijn lichaam en geest weer te verbinden.
Maar er is nog een aspect en dat zit nog veel te veel in het verdomhoekje. Want om te denken dat
ouders, professionals in de zorg en leerkrachten vrij zijn van vroegkinderlijk trauma is een illusie.
Hoe wij ons gedragen komt ergens vandaan. Hoe wij op stress reageren of op onverwachte
wendingen. Onze angsten, ons verdriet, onze onzekerheden, onze afhankelijkheden of juist
onafhankelijkheden, onze verslavingen en onze voorkeuren komen niet zomaar uit de lucht vallen.
Hoe wij reageren op de ander en hoe de ander op ons heeft alles te maken met onze eigen vroege
ontwikkeling.
Als we kinderen zijn, creëren onze ouderfiguren onze gehele werkelijkheid. Kinderen komen
“blanco” op de wereld en kopiëren in de eerste jaren van hun leven de programma’s van hun
ouders, broers en zussen, grootouders, en andere verzorgers en leerkrachten. Veel programma’s,
overtuigingen en trauma’s waarvan er niet één echt van ons zelf is. We kijken gedrag af en
functioneren met een programma dat in oorsprong van een ander is. Soms voel je dat je anders
wilt maar dit programma is zo diep ingebed in ons systeem dat het zich niet laat overschrijven door
onze denkkracht.
Ons leven hangt van af van onze ouders of verzorgers met hun eigen bagage. Onze belangrijkste
drijfveer is om liefde van hen te ontvangen, met hen verbonden te zijn, ons veilig te voelen en het
gevoel te hebben dat wij ertoe doen. Als kind kunnen wij onze ouders niet zien als mensen met
hun eigen overtuigingen, trauma, hun eigen verleden en hun eigen problemen. Alles wat zij doen,
personaliseren we. Dat is de reden waarom veel volwassenen zich nog steeds schuldig of
beschaamd voelen omdat ze ‘lastige’ kinderen of pubers zijn geweest. Of voelen zij zich schuldig
rond het vermeend veroorzaken van gebeurtenissen zoals echtscheiding of andere voorvallen.
De grootste factoren van invloed op onze neurale paden, de gedachten en gedragspatronen in ons
brein en de reacties van ons zenuwstelsel, zijn onze ouderfiguren. Terwijl ze ons verbaal zaken op
het gebied van de gezins- of cultuur normen en waarden leerden, leerden ze ons nog veel meer
zaken non-verbaal. Met betrekking tot de meeste van deze zaken zijn ouders zich niet bewust dat
ze op deze manier kennis overdragen en patronen bij hun kinderen als een softwareprogramma
installeren. Daarbij zijn kinderen als “sponzen” en nemen alles op wat zij horen en zien.
Met een beetje geluk rol je min of meer soepel naar volwassenheid. Maar ook dan blijven je
patronen latent aanwezig en zullen zich vooral in stressvolle dynamieken de boventoon voeren.
Juist als je een ouder bent van een kind met een diagnose of als je als professional in een setting
werkt met kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, ben je bijna verplicht aan de ander om
ook je eigen patronen en gedragingen eens onder de loep te nemen. Want ja…., ook jij hebt
bewust en onbewust en gewild en ongewild invloed op het gedrag van een ander. Hoe meer je je
eigen patronen bewust hebt hoe minder van je eigen bagage je over de ander kiepert. Hoe mooi is
dat!
J. in de jeugdzorg zegt: Als ik zie dat een van de begeleiders op een bepaalde manier
binnenkomt, en dat hoor ik en zie ik aan de manier van lopen, ik zie iets in zijn houding,
aan zijn ogen, daar waar zijn ademhaling zit. Minimale dingetjes die anders zijn dan
wanneer het leuk is op de groep. Dan weet ik al dat er ergens op de ochtend een
escalatie gaat komen waar ik de schuld van krijg. Ik vind dat niet eerlijk. Wij krijgen zo
vaak de schuld door de pestbui van de volwassenen. Laten ze eerst maar eens naar
zichzelf kijken.
